De cursus

De cursus ‘Signaleren met het wereldspel’ is bedoeld voor leerkrachten, orthopedagogen, schoolpsychologen en spel- kindertherapeuten die werken met kinderen in de leeftijd van 5 tot 15 jaar.

De  cursus bestaat uit de volgende onderdelen:

  1. Theorie over de ontwikkeling van het 'Ojemann Wereldspel'-onderzoek, het beelddenken en de ontwikkeling van de beelddenker.
  2. Het leren hanteren van het 'Ojemann Wereldspel' als onderzoekinstrument.
  3. Kennis en vaardigheden opdoen en inzicht krijgen in de interpretatie van de onderzoeksgegevens
  4. Het zelfstandig kunnen interpreteren van de onderzoeksgegevens: het herkennen van de beelddenker, het kunnen vaststellen of problemen het gevolg zijn van beelddenken, van een ontwikkelingsvoorsprong, een vertraagde cognitieve ontwikkeling, van sociaal- emotionele problemen of van een combinatie van factoren, zodat adequate maatregelen kunnen worden genomen.
  5. Advisering voor begeleiding.

De gecertificeerde onderzoeker voldoet aan de volgende eisen:

  1. Kent alle aspecten van het onderzoek, de begeleiding en het geven van adviezen.
  2. Is vaardig in het omgaan met het 'Ojemann Wereldspel' als onderzoeksinstrument.
  3. Kan zelfstandig het 'Ojemann Wereldspel' interpreteren en beoordelen.
  4. Heeft inzicht in individuele leerstijlen en persoonlijkheidskenmerken van het kind.
  5. Heeft kennis over verschillende leerstijlen en intelligenties.
  6. Kan zowel schriftelijk als mondeling gekwalificeerd verslag doen.

Klik hier voor de cursusdata van 2019.

Klik hier voor het inschrijfformulier.



Historie van het wereldspel

Het ontstaan van het Wereldspel gaat terug tot 1911. Sindsdien is het gebruik ervan steeds verder ontwikkeld. De pedagoge Nel Ojemann werkt vanaf 1955 met dit spel. Ze werkte het uit tot een diagnostisch instrument voor dyslexie en beelddenken.

In 1911 beschreef H.G. Wells voor het eerst hoe uit het gebruik van het spelmateriaal 'Floor games' gegevens konden worden verzameld over ontwikkeling en verbeelding van kinderen. Na onderzoeken van Margaret Löwenfeld en Melanie Klein zoekt L.N.J. Kamp in 1947 criteria om het spel te beoordelen. Welke vormen zijn relevant voor een bepaalde leeftijdsgroep? Hij kijkt naar de manier van omgaan met het materiaal. Hij wil een diagnose over de persoonlijkheid stellen.
In 1955 doet Charlotte Bühler onderzoek naar het wereldspel als test voor gedrag, intelligentie en projectie van de persoon. Zij gebruikt objectieve elementen, zoals het tellen van elementen en soorten. Zij maakte gebruik van een wereldspel met meer dan 300 elementen.

Nel Ojemann (1914-2003) maakte gebruik van de onderzoeksresultaten van haar voorgangers. Ze bracht de omvang van het wereldspel terug tot 160 elementen. Zij vroeg zich af of gegevens uit observatie en beoordeling van het eindproduct van het wereldspel inzicht zouden geven in de manier waarop het kind de wereld om zich heen ervaart, waarneemt en zich oriënteert en informeert. Zij stelde ook de vraag 'Hoe zou het onderwijs er voor deze kinderen uit moeten zien?'

Nel Ojemann heeft deze vragen uitgewerkt. Dit heeft geresulteerd in het onderzoek 'Signaleren van beelddenkers met behulp van het Ojemann wereldspel'.


Diagnostisch materiaal

Het ‘Ojemann Wereldspel’ is een projectief onderzoeksmiddel. Het bestaat uit 160 verschillende elementen. De opdracht die wordt gegeven is: 'Bouw een dorp.'

Tijdens het werken met het materiaal laten kinderen zien hoe ze hun wereld verkennen, organiseren, integreren en tot uitdrukking brengen. Uit de manier van bouwen, van vormgeven, kan worden afgeleid of er sprake is van beelddenken. Ook kunnen met behulp van het ‘Ojemann Wereldspel’ gegevens worden verzameld over de cognitieve en over de sociaal- emotionele ontwikkeling van het kind.

Naar boven ↑